| Ayah |
|---|
1 بِسْمِ اللهِ الرَّحْمنِ الرَّحِيمِ In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God. |
2
الْحَمْدُ للّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ Lof aan God, meester des heelals. |
3
الرَّحْمـنِ الرَّحِيمِ Den lankmoedige, den albarmhartige. |
4 مَالِكِ يَوْمِ الدِّينِ Rechter op den dag des gerichts. |
5
إِيَّاكَ نَعْبُدُ وإِيَّاكَ نَسْتَعِينُ U bidden wij aan, Uwe hulp roepen wij in. |
6 اهدِنَــــا
الصِّرَاطَ المُستَقِيمَ Voer ons langs den rechten weg. |
7 صِرَاطَ الَّذِينَ أَنعَمتَ
عَلَيهِمْ غَيرِ المَغضُوبِ عَلَيهِمْ
وَلاَ الضَّالِّينَ Langs den weg dergenen, die zich in Uwe weldaden verheugen. Niet langs den weg dergenen, die Uwen toorn hebben opgewekt, en niet op dien der dwalenden. |
Quran preferences
Quran 2:267
267
O geloovigen! geeft aalmoezen van de goede zaken die gij verworven hebt, en van datgene wat wij voor u uit de aarde hebben doen voortkomen, en zoekt niet het slechtste voor aalmoezen uit. Zoo als gij zelven het niet hebt ontvangen, of het moest door wederzijdsch goedvinden zijn met hem die het u aanbood. Weet, dat God groot en hooggeprezen is.
